‘In die zin geïnterpreteerd dat zij voor een ouder
niet het recht inhouden om op eenvoudig, niet anders gemotiveerd verzoek voor zijn kind een vrijstelling te verkrijgen om het onderricht in een van de erkende godsdiensten of dat in de niet-confessionele zedenleer te volgen, schenden artikel 8 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving’(Grondwettelijk Hof=
http://www.const-court.be/ 034/2015,12 maart 2015).
“Art.8.In de
officiële inrichtingen alsmede in de pluralistische inrichtingen voor lager en secundair onderwijs met volledig leerplan, omvat de lesrooster per week twee uren godsdienst en twee uren zedenleer.In de gesubsidieerde vrije inrichtingen die zichzelf van het confessionele type noemen, omvat het wekelijks lesrooster twee uur godsdienst die met het type van de inrichting overeenstemt...”(29 MEI 1959. - WET tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving <vervangen door W 11-07-1973, art. 1>).
“Art.2...Bij de uitoefening van alle functies welke de Staat in verband met de opvoeding en het onderwijs op zich neemt zal de Staat het recht eerbiedigen van de ouders om voor hun kinderen zich van die opvoeding en van dat onderwijs te verzekeren welke overeenstemmen met hun
eigen godsdienstige en filosofische overtuigingen”(20 maart 1952 Eerste Aanvullend Protocol bij het E.V.R.M.=Europees Verdrag Rechten van de Mens)
‘Uit art.2 Eerste Aanvullend Protocol bij het E.V.R.M. kan door de ouders
niet het recht worden geput om hun kinderen vrij te stellen van iedere vorm van levensbeschouwelijk of filosofisch onderricht. Bijzondere aandacht voor het christendom strijdt niet met art.2,gegeven de plaats en het belang van deze traditie in de geschiedenis van Noorwegen. Dat de door de Staat gesubsidieerde privéscholen berusten op een levensbeschouwelijke of filosofische traditie doet geen afbreuk aan de verplichting van de overheid om in openbare scholen het pluralisme te waarborgen. Het gebrek aan zorg van de overheid om een objectieve,kritische en pluralistische kennisoverdracht binnen het vak KRL te waarborgen en de onmogelijkheid om een algehele vrijstelling te verkrijgen voor dit vak,vormt een schending van art.2‘[EHRM=Europees Hof Rechten van de Mens 29 juni 2007(Folgero/Noorwegen),Rechtskundig Weekblad 2009-10,468-470,Bespreking MAES,G.].
Ga naar Belgische wetgeving in JUSTEL-databanken van Belgisch Staatsblad. Klik voor WetBOEKEN achter ’Juridische aard’. Op afkondigingsdatum vindt u de overige akten. Inzake FEDERALE fiscale wetgeving zie http://www.fisconetplus.be/