Trouwens u hebt zelf geschreven dat in de beschikking staat;
In de beschikking zelf zijn deze artikelen bepaald.
Het hof houd rekening met volgende wettelijke bepalingen, de artikelen:
-2,11,12,14,24,31 tot 37 en 41'van de wet van 15 juni 1936
-185,190,190ter,210,211 en 428 van het wetboek van strafvordering
62 van de wet van 8 april 1975 betreffende de jeugdbescherming,
het ten laste nemen van minderjarigen die een misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaaakte schade
-47/1°, 48&1/2°,49,50,51 en 58 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
Eeet iemand wat deze artikelen in normale taal betekent en wanneer kan men ofbin welke situaties worden deze artikelen gebruikt.
Eerste regel gaat over het gebruik van de taak in de rechtspleging.
Tweede regel zijn de artikels inzake strafvordering : geven aan op welke wijze de rechtbank de procedure moet volgen en wat alle partijen mogen en kunnen doen
Hier de link
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_lo ... e_name=wet
Derde lijn ....vermoedelijk
8 APRIL 1965. - [Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade
De link :
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_lo ... 1965040803
vierde lijn decreet integrale jeugdzorg
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_lo ... e_name=wet
art 47 : Afdeling 1. - De bevoegdheid van de jeugdrechter om gerechtelijke maatregelen te nemen
Art. 47.De jeugdrechter neemt kennis van verontrustende situaties op vordering van het openbaar ministerie om gerechtelijke maatregelen op te leggen aan de betrokken minderjarigen en, eventueel, aan hun ouders en, in voorkomend geval, aan hun opvoedingsverantwoordelijken :
Onderafdeling 1. - Algemene maatregelen
Art. 48. § 1. De jeugdrechtbank en de jeugdrechter kunnen na een vordering als vermeld in artikel 47, 1°, de volgende maatregelen nemen :
1° de ouders van de minderjarige of, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken een pedagogische richtlijn verstrekken;
2° voor ten hoogste één jaar de minderjarige onder toezicht stellen van de sociale dienst;
Art. 49. Met behoud van de toepassing van de besluiten die ter uitvoering van artikel 48, § 2, van het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand genomen zijn voor de bezoeken, de briefwisseling, de opvoedingsregeling en het pedagogische concept en programma van de erkende voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand, kunnen de jeugdrechtbank en de jeugdrechter voor de minderjarigen de aanvullende voorwaarden bepalen die verbonden zijn aan de maatregelen die overeenkomstig artikel 48, § 1, eerste lid, 2° tot en met 13°, van dit decreet worden genomen. Die aanvullende voorwaarden kunnen alleen een concretisering van de maatregel inhouden.
Art. 50. De jeugdrechtbank en de jeugdrechter belasten :
1° een jeugdhulpaanbieder of, in voorkomend geval, de sociale dienst met de gezinsbegeleiding, vermeld in artikel 48, § 1, eerste lid, 3° ;
2° een jeugdhulpaanbieder met de organisatie van de maatregelen, vermeld in artikel 48, § 1, eerste lid, 4° tot en met 9°, en 11° tot en met 13°, en met de begeleiding van de betrokkenen;
3° een erkende dienst voor pleegzorg met de begeleiding van de kandidaat-pleegzorger of pleegzorger, aan wie overeenkomstig artikel 48, § 1, 10°, de minderjarige werd toevertrouwd.
De Vlaamse Regering bepaalt voor elk van de maatregelen, vermeld in artikel 48, § 1, eerste lid, 3° tot en met 9°, en 11° tot en met 13°, welke jeugdhulpaanbieders in aanmerking komen om de opdracht, vermeld in het eerste lid, uit te voeren. De Vlaamse Regering kan voor de toepassing van het eerste lid andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden, gelijkstellen met een jeugdhulpaanbieder.
Art. 51. De maatregelen, vermeld in artikel 48, § 1, eerste lid, kunnen zowel tijdens de voorbereidende rechtspleging als tijdens en na de rechtspleging over de grond van de zaak worden genomen. Ze kunnen door de jeugdrechter op elk moment worden ingetrokken of op verzoek van de minderjarige, zijn wettelijke vertegenwoordiger, de sociale dienst of het openbaar ministerie worden vervangen door een andere maatregel die in dat artikel is bepaald.
De maatregelen, vermeld in artikel 48, § 1, eerste lid, 2°, 3°, 5° tot en met 7°, 10° 13°, eindigen na het verstrijken van de maximumtermijn, tenzij ze worden verlengd, telkens voor een termijn die de gestelde maximumperiode niet mag overschrijden. De maatregelen, vermeld in artikel 48, § 1, eerste lid, 8°, 9° en 12°, kunnen slechts eenmaal worden verlengd.
Al de maatregelen die tijdens de voorbereidende rechtspleging worden genomen, zijn samen beperkt tot zes maanden. Als een maatregel die na de rechtspleging over de grond van de zaak is genomen, door een andere maatregel wordt vervangen, eindigt die op de dag waarop de vervangen maatregel een einde zou hebben genomen.
De voorbereidende rechtspleging, vermeld in het eerste en derde lid, is de fase van de rechtspleging voor de jeugdrechter, die loopt vanaf de vordering van het openbaar ministerie en die voorafgaat aan het vonnis van de jeugdrechtbank tot het opleggen van een maatregel ten gronde.
Art. 58. De sociale dienst waakt erover dat de uitvoering van de gerechtelijke maatregelen die door de jeugdrechtbank of jeugdrechter worden opgelegd, verloopt volgens een handelingsplan dat, in samenspraak met de betrokken partijen en de jeugdhulpaanbieders, op aanvraag van de sociale dienst wordt opgesteld. Onder de betrokken partijen worden verstaan : de minderjarige, de ouders of, in voorkomend geval, de opvoedingsverantwoordelijken en degenen die in het raam van de regeling, vermeld in artikel 57, eerste lid, betrokken zijn bij de jeugdhulpverlening aan de vermelde personen.
Een consulent van die dienst bezoekt in opdracht van de jeugdrechter of op aanvraag van de minderjarige, zijn ouders of in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken regelmatig en ten minste om de zes maanden iedere persoon die door de jeugdrechtbank of jeugdrechter aan een jeugdhulpaanbieder of een daarmee gelijkgestelde voorziening, een pleegzorger als vermeld in artikel 14, § 1 of § 3, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg of een gemeenschapsinstelling is toevertrouwd overeenkomstig de regeling, vermeld in artikel 57, eerste lid. De dienst brengt daarover schriftelijk verslag uit bij de jeugdrechtbank of jeugdrechter.
Van het moment dat enige instantie een vermoeden heeft dat er iets misloopt in een gezinssituatie dienen deze de nodige stappen te nemen naar de jeugdrechter toe.
Dat is in deze gebeurd en de jeugdrechtbank heeft hier een beslissing genomen en de in de 4de lijn aangegeven maatregelen genomen.
En zoals reeds geschreven de aanwezige advocaat wordt aangesteld om de kinderen te vertegenwoordigen niet u.
De aangestelde justitie assistent ( van comité of van een andere dienst) is aangesteld door jeugdrechter om een verslag geen verhoor op te maken.
Indien dossier ter inzage is kunnen de partijen dat inzien. En blijkbaar had de advocaat van de kinderen hier geen bezwaar tegen.
Tegen dat vonnis kan u binnen de 15 dagen in beroep gaan ... en dan zal / had de zaak voor de vakantiekamer Familiehof gekomen.