Wij huren een studentenkot in een studentenblok die bestaat uit 2 aaneenpalende gebouwen; die behoren tot eenzelfde instelling. De beide blokken zijn enkel te bereiken via de buitenkant, dus maw er is geen binnendeur die de beide gebouwen verbindt. In elk gebouw zijn er studentenkoten (in gebouw A zijn er 10 en in gebouw B zijn er 8). In blok A is er een lift en in blok B is er geen lift.
Bij de kostenafrekening krijgen we een faktuur waarop kosten zijn aangerekend voor de keuring van de lift en 't onderhoudscontract (samen circa 1000 euro). Per studentenkot komt dat neer op (1000 euro gedeeld door 18 )= 55,55 euro.
Wij huren een studentenkot in blok B (zijnde het blok waar geen lift aanwezig is). Ons standpunt is dat wij , die een kot huren in een gebouw waar geen lift aanwezig, en dus geen gebruik kunnen maken van een lift -omdat er geen lift is- die kost niet moeten betalen.
Bij navraag waarom die kosten worden aangerekend voor de koten in blok B , is het antwoord " dat de studenten die in het blok A verblijven moeten niet méér betalen omdat zij daar een kamer hebben. Daarom rekenen we op een solidariteitsgevoel. "(om die kosten te delen).
Persoonlijk acht ik dit volkomen onredelijk want als je nooit gebruik maakt van een lift omdat die er niet is, moet je er niet voor betalen. En zoiets wordt dan "verrechtvaardigd" onder de noemer ' uit solidariteitsgevoel'.
Vandaar mijn vraag : sinds wanneer is dit toegelaten ????? - want in het huurcontract staat er niks van vermeld over dergelijke toestand.
(waarom wordt dan een huurcontract opgesteld - ??) - In zoverre ben ik niet zinnens die kosten te betalen, want .... waar stopt dit ??
Zo kunnen x-aantal bijkomende kosten plots uit de lucht , uit solidariteit, vallen zodat de huurprijs stelselmatig oploopt tot ....?