Werkgever werkt deeltijds bij Associatie A sinds 01-Aug-2013. Deze associatie stopt omwille van een pensionering van een vennoot. Er wordt door de resterende vennoten een nieuwe associatie B opgericht. De werknemers van Associatie A blijven allen tewerkgesteld en tekenen een nieuw arbeidscontract op 01/05/2018. In dit contract is er geen sprake van overname van Associatie A nog enige andere referentie naar Associatie A. Werknemer neemt ontslag op vrijdag 2 april dmv ontslagbrief die "voor ontvangst" wordt gehandtekend door de werkgever. In de ontslagbrief vermeld werknemer de wettelijke opzegperiode van zes weken, gebaseerd op de datum arbeidscontract Associatie B en op de datum "In dienst 01 Mei 2018" vermeld op de loonbrieven.
Nu betwist de werkgever van Associatie B de opzegtermijn van 6 weken en eist een opzegtermijn van 12 à 13 weken.
Werknemer vraagt reden en bewijs van deze 12 weken aan werkgever. Werkgever verklaart dat dit de info is gekregen van het extern sociaal secretariaat. Werkgever vraagt een kopie van het arbeidscontract en verduidelijking van de beslissing van de werkgever. Werkgever kan geen arbeidscontract voorleggen, vinden het arbeidscontract niet terug en werkgever heeft nooit een duplicaat gekregen, maar blijft op zijn eis van 12 weken.
Wat zijn de mogelijkheden om uit deze impasse te geraken ? Onderlinge overeenkomst, maar de werkgever en werknemer staan loodrecht tov elkaar.
Wie heeft het recht aan zijn zijde ? Wat is de plicht van de werkgever ? Moet hij zijn beslissing motiveren/bewijzen ?