Een bedrijfsaccount of bedrijfsrevisor is een derde die het werk van uw boekhouder en van uw facturen kan nakijken en kan veriefieren.
Ik ben niet zeker maar ik denk dat we dit dan hebben.
Als eenmanszaak heb ik mijn eigen boekhouder, die mijn cijfers verwerkt. Hiervan beweerde DVZ dat de man niet neutraal is. Voornamelijk dat ikzelf de stukken aanlever en dat men niet kan uitsluiten dat er hier een "gesolliciteerd karakter" is.
Maar er is echter ook de boekhouder van de praktijk zelf, waar ik een ruimte van huur.
Hun boekhouder maakt deel uit van een centrum voor bedrijfsbeheer en controleert alles wat mij wordt uitbetaald. Die man werkt dus niet in dienst van mij. Zie het vetgedrukte onderaan komende tekst. Ik mag hopen dat DVZ dus aanneemt dat die man onafhankelijk is, maar ook daar twijfel ik aan.
Bij deze een stuk tekst van mijn advocaat, in onze laatste verdediging.
Ik merk op dat ik nog steeds in opleiding ben, en met onderstaande cijfers niet helemaal voltijds aan het werk ben.
Bestaansmiddelen 2023
Voor de inkomsten 2023 wordt het aanslagbiljet inkomsten 2023 aanslagjaar 2024 d.d. 22 januari 2025 bijgebracht. (stuk 24)
Het aanslagbiljet is de weergave van de door de Belgische staat - FOD Financien, een onafhankelijke derde, gecontroleerde belastingaangifte van een welbepaald inkomstenjaar. Het aanslagbiljet toont het inkomen van dat wefbepaald jaar op vaststaande en ontegenzeggelijke wijze aan. Met het aanslagbiljet staat het inkomen vast zonder nog enige appreciatiemarge in hoofde van een andere FOD van de Belgische staat. Immers, is de FOD Financien de hiertoe bevoegde instantie.
Uit het aanslagbiljet inkomsten 2023 aanslagjaar 2024 d.d. 22 januari 2025 blijken:
ontvangsten t.b.v. 57.881/69 euro
sociale bijdragen t.b.v. 8.553,05 euro
andere beroepskosten t.b.v. 14.523,95 euro
nettoresultaat/totaal van de netto inkomsten t.b.v. 34.804,69 euro belastingteruggave t.b.v. 374,92 euro op 10.000 euro voorafbetalingen.
Voormelde cijfers en de omschrijving ervan tonen aan dat de heer xxxxxxx anno 2023 over stablele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen beschikt.
Naar analogie wordt in dit kader verwezen naar hetgeen desbetreffend over het bijbrengen van aanslagbiljetten en de betekenis hiervan is gesteld door de Dienst Vreemdelingenzaken in de voormelde beslissing d.d. 29 oktober 2024 betekend op 31 oktober 2024, zoals hierboven geciteerd.
Met het aanslagbiljet inkomsten 2023 aanslagjaar 2024 d.d. 22 januari 2025 staat het stabiel, toereikend en regelmatig karakter van de bestaansmiddelen anno 2023 vast.
De cijfers en de omschrijving ervan waaronder het nettoresultaat/totaaf van de netto inkomsten t.b.v. 34.804,69 euro in 2023 bewijzen dat de heer xxxxxxxxx in 2023 niet alleen over stabiele en regelmatige bestaansmiddeien beschikte maar ook over toereikende. Immers kan niet worden betwist dat de cijfers en de omschrijving van de cijfers aantonen dat de heer xxxxxx in 2023 beschikt over, zoals artikel 40 ter van de voormelde Wet van 15 december 1980 bepaalt:
"...§2. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de volgende familieleden van een Belg die niet zijn recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten heeft uitgeoefend krachtens het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie: 1 ° de familieleden bedoeld in artikel 40bis, §2, eerste lid, 1 ° tot 3°, mits zij de Belg die het recht op gezinshereniging opent vergezellen of zich bij hem voegen;... De familieleden bedoeld in het eerste lid, 1 °/ moeten bewijzen dat de Belg beschikt over stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen. Aan die voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan indien de bestaansmiddelen ten minste gelijk zijn aan honderdtwintig procent van het bedrag bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en zoals geïndexeerd volgens artikef 15 van voormelde wet. Bij het beoordelen van deze bestaansmiddelen wordt rekening gehouden met hun aard en regelmatigheid. Er wordt daarentegen geen rekening gehouden met de middelen verkregen uit het leefloon, de financiële maatschappeiijke dienstverlening, de kinderbijslagen en toeslagen, de inschakelingsuitkeringen en de overbruggingsuitkering. De werklooshesdsuitkenng komt alleen in aanmerking indien de Belg bewijst dat hij actief werk zoekt.. Momenteel bedraagt het door de Dienst Vreemdelingenzaken weerhouden vermeend wettelijke referentiebedrag 2.089,55 euro netto/maand. De hierboven aangetoonde netto bestaansmiddeien zijn hoger dan het door de Dienst Vreemdelingenzaken weerhouden vermeende referentiebedrag van 2.089,55 euro netto/maand. Aangezien de bestaansmiddelen waarover de heer xxxxxxxxx maandelijks netto beschikt hoger zijn dan het vermeend wettelijke referentiebedrag, moet geen individuele behoefteanalyse gebeuren. Meer nog, uit lezing van hierboven geciteerd artikel 40 ter van de voormelde Wet van 15 december 1980 tevens bevestigd door het Grondwettelijk Hof in het arrest van 26 September 2013 met nummer 212/2013, blijkt dat, aangezien de bestaansmiddelen waarover de heer xxxxxxxxx maandelijks netto beschikt hoger zijn dan het vermeend wettelijke referentiebedrag, er geen individuele behoefteanalyse mag/kan gebeuren.
Voor de volledigheid wordt voor 2023 ook nog de belastingaangifte bijgebracht zoafs ontvangen door de Belglsche staat - FOD Financien op 14 november 2024 omvattende naast de kopie van de aangifte, fiscaal attest d.d. 22 februari 2024 betreffende in 2023 betaalde bedragen van het bonifisc-krediet (krediet omwille van fiscale redenen aangegaan voor de voorafbetaling befastingen), afschrijvingstabellen 01/01/2023 - 31/12/2023 en fiscale batans - baten met daarln o.m. een gedetailleerde omschrijving van de beroepskosten. (stuk 25)
Met het aanslagbiljet inkomsten 2023 aanslagjaar 2024 d.d. 22 januari 2025 is het stabiel, toereikend en regelmatig karakter van de bestaansmiddelen anno 2023 definitief aangetoond hetgeen de voormelde negatieve beslissing d.d. 29 oktober 2024 betekend op 31 oktober 2024 des te pijnlijker en betreurenswaardiger maakt voor mevrouw xxxxxxxx en haar Belgische wettelijk geregistreerde partner de heer xxxxxxxx.
Bestaansmiddelen 2024
Voor 2024 brengt de heer xxxxxxxxx de uitprint bij van de volledige Argenta rekening BEXXXXXXXXX periode januari 2024 - december 2024. (stuk 26)
Voor het werken bij xxxxxxxxx Groepspraktijk anno 2024 heeft de heer xxxxxxxx ontvangen op zijn rekening, zoals blijkt uit de voormelde uitprint van Argenta rekening BEXXXXXXXXXXXX periode januari 2024 - december 2024 (stuk 26) en eveneens blijkt uit de verklaring van fiscaal accountant D. J. XXXX d.d. 8 januari 2025 "optredend als fiscaal accountant van commanditaire vennootschap XXXXXX" (D. J. XXXXX --> accountant van de praktijk, werkt dus niet in opdracht van de heer XXXXXXXX --> Dit ben ik) (stuk 27);
januari 2024: 5.033,75 euro
februari 2024: 5.288,66 euro
maart 2024: 5.534,93 euro
april 2024: 4.987/89 euro
mei 2024: 5.455,53 euro
juni 2024: 6.068,85 euro
juli 2024: 5.232,50 euro
augustus 2024: 6.170,03 euro
september 2024:4.050,71 euro
oktober 2024; 5.649/22 euro
november: 5.370,68 euro
december: 4.488,18 euro
zijnde in totaal niet minder dan 63.330,93 euro.
Voor het werken bij XXXXX (tweede praktijk, maar die samenwerking heb ik beëindigd) anno 2024 heeft de heer XXXXXXX (ik) tot op heden ontvangen op zijn rekening, getuige hiervan de aparte rekeninguittreksels met telkens opschrift "XXXXX BEXXXXX Inkomende overschrijving" (stuk 28) bevestigd door de voormelde uitprint van Argenta rekening BEXXXXXXXX periode Januari 2024 - december 2024 (stuk 26):
juli 2024:136,50 euro
augustus 2024:122,50 euro
September 2024: 339,68 euro
oktober 2024: 672,09 euro
november 2024:458,50 euro
december 2024:1.852,20 euro,
zijnde in totaal 3.581,47 euro.
Het wordt opgemerkt dat de heer XXXXXXX in het bezit is van de achterliggende spreadsheets van de voormelde aparte rekeninguittreksels met het overzicht van de patienten vermeld met de behandelingsdatum, het tarief van de behandeling en het ingehouden percentage. Zoals reeds aangehaald, wordt dit op heden niet bijgebracht gelet op de vrees voor het schenden van de privacywetgeving.
De ontvangen vergoedingen/betalingen voor de prestaties anno 2024 bij XXXXXXXX Groepspraktijk en bij XXXXXXX bedragen samen 66.912,40 euro (^63.330,93 + 3581,47). Met wordt herhaald dat, zoals hierboven toegelicht, dit de bedragen zijn - zoals aangetoond - effectief gestort op de rekening van de heer XXXXXXXX (ik) waarvan de met de kinepraktijken overeengekomen percentages al zijn afgehouden.
Voor anno 2024 worden alvast de volgende bewijzen van kosten bijgebracht:
attest van de Nationale Hulpkas, sociale verzekeringsfonds van het RSVZ, d.d. 23 december 2024 waarin wordt bevestigd dat de heer XXXXXX alle kwartalen 2024 de verschuldigde sociaie bijdragen (een maal 2.553,60 euro en drie maal 2.479,22 euro) heeft betaald (stuk 29)
mail van de heer XXXX, Priority Banker Entrepreneurs & liberal Professions (de geloofwaardigheid van deze verklaring komende van een bankier kan redelijkerwijze niet in vraag worden gesteld) d.d. 21 januari 2025 waarbij met beschrijving contractgegevens en aflossingstabel wordt bevestigd dat de heer XXXXXX het bonifisc-krediet aangegaan voor een bedrag van 10.000 euro (krediet omwille van fiscale redenen aangegaan voor de voorafbetating belastingen van in totaal 10.000 euro) in 2024 voltedig heeft voldaan en dat "De laatste voorafbetaling is uitgevoerd op 18/12/2024”’
aan de mail zijn toegevoegd de rekeninguittreksels van de BNP Paribas Fortis rekening op naam van de heer XXXXX (ik) BEXXXXXXX waaruit de effectieve afbetalingen blijken telkens met vermelding "Terugbetaling kredietXXXXXXXX" met name in 2024 acht maal een betaling van 1.130,92 euro en een maal een betaling van 1.129,92 euro (stuk 30). Naast de kosten van de opleiding osteopathie die de heer XXXXXXX volgt zijn de betaling sociale zekerheid en voorafbetaling belastingen de grootste beroepskosten in hoofde van de heerXXXXXXXXXX
Uiteraard kan het de heer XXXXXXX niet worden verweten nog geen belastingaangifte/aanslagbiljet bij te brengen betreffende de inkomsten 2024 aanslagjaar 2025. Hiervoor zijn immers nog niet alle documenten voorhanden. Dat dit zo is, is algemeen bekend doch wordt ook nog eens bevestigd door het attest van de belastingdienst overgemaakt bij mail d.d. 27 januari 2025 van mevrouw XXXXXXX van FOD Financiën. (stuk 31)
Tenslotte worden ook nog bijgebracht:
uitprint KBO d.d. 30 januari 2025 op naam van de heer XXXXXX met bevestiging van het hebben van toelating om het beroep van kinesitherapeut uit te oefenen (stuk 32)
attest van het OCMW XXX (gemeente) d.d. 11 december 2024 met bevestiging dat de heer XXXXXX nooit beroep heeft gedaan op het OCMW voor leefloon en/of steun (stuk 33)
attest van de heer XXXXXXX van Argenta Spaarbank nv d.d. 19 december 2024 met bevestiging dat de heer XXXXXX (ik) solvabel is, zijn financiele verplichtingen nakomt en titularis is van twee rekeningen bij Argenta met daarop op 19 december 2024 een saldo van in totaat 55.733,29 (=873,84 + 54.859/45) euro (stuk 34).
De uiteenzetting hierboven gestaafd met bewijskrachtige stukken toont aan dat de heer XXXXX wel degelijk beschikt over stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen, het door de Dienst Vreemdelingenzaken weerhouden vermeend wettelijke referentiebedrag van 2.089,55 euro netto/maand ruim overschrijdend. Vastgesteld en aangetoond is zelfs dat de bestaansmiddelen alleen maar in stijgende lijn gaan!
In het kader van de bestaansmiddelenvereiste en de beoordeling ervan wenst de heer XXXXXXXX nog het volgende op te merken:
Als kinesitherapeut is elke behandeling die de heer XXXXX doet, geregistreerd bij het RtZfV. Wanneer patienten uitbehandeld zijn, ontvangen zij een getuigschrift waarop de datum van alle prestaties staat alsook ook de naam van de voorschrijver, de naam van de patient, de naam van de behandelende therapeut, de datum van de behandeling en het nomendatuurnummer dat bij die behandeling hoort. De patient brengt dit getuigschrift naar de mutualiteit waarbij hij/zij is aangesloten. De mutualiteit valideert deze behandelingen en voorziet terugbetaling met een budget vanuit de overheid. Alles wordt dus onmiddelijk gecontroleerd.
Zoals reeds hierboven aangegeven, beschikt de heer XXXXXX over het overzicht van de patienten die hij behandelt waarvoor hij door de praktijhouder(s) waar hij werkt, vergoed wordt. Dergelijke gegevens zijn echter beschermd door de privacywetgeving en mogen niet gedeeld warden met onbevoegden.
Noch het RIZIV noch de CM heeft tot op heden de heer XXXXXXX kunnen zeggen of deze gegevens met de Dienst Vreemdelingenzaken mogen worden gedeeld. Indien dit wel gedeeld mag worden met de Dienst Vreemdelingenzaken en nodig zou zijn - quod non, gelet op de bijgebrachte bewijsstukken die het voldoen aan de inkomstenvereiste bewijzen -, is de heer XXXXX uiteraard bereid om deze gegevens ter beschikking te stellen aan de Dienst Vreemdelingenzaken en dit op eerste verzoek van de Dienst Vreemdelingenzaken. Het is uiteraard ook geen probleem voor de heer XXXXXX dat de Dienst Vreemdelingenzaken het RIZIV contacteert.
De heer XXXXXX beschikt over stabiele/ toereikende en regelmatige bestaansmiddelen om in zijn levensonderhoud en dat van zijn wettelijk geregistreerde partner mevrouw XXXXXXX te voorzien zonder risico op het ten faste vallen van de sociale bijstand zodat de voorwaarde van het beschikken over stabiele/ toereikende en regetmatige bestaansmiddelen vervuld is.
Indien u hier zwaktes in ziet verneem ik het graag.
Een van de zaken waar ik bezorgd over ben is dat DVZ zou kunnen beweren dat de verschuldigde huur bij de uitbetalingen nog niet afgehouden zou zijn.
Dit is wel degelijk zo en dit kan men vaststellen door de berekeningen zelf te maken. Maar daarvoor zijn de brondocumenten nodig. Die bevatten patiëntengegevens en zijn beschermd door de privacywetgeving.