Het hangt er eigenlijk vanaf wat je precies bedoelt met het bezit van uw zus nalaten aan uw vader. Willen alle broers de nalatenschap verwerpen ten behoeve van vader, of willen jullie pas nadien de nalatenschap verdelen?
Indien de broers de nalatenschap verwerpen, dan zal, zoals wanthon schrijft, artikel 68 van het Wetboek Successierecht worden toegepast: 'In geval van verwerping mag het recht, verschuldigd door de personen die daarvan het voordeel genieten, niet lager zijn dan het recht, dat de verwerper had moeten betalen.' Dit artikel betekent dat, zelfs al verwerpen alle broers, het deel van de broers dat nu aan vader toekomt, toch zal belast worden aan het tarief tussen broers. Dus maakt het niet uit of de broers verwerpen of niet, het tarief van de rechten wijzigt niet. Wel gaat de nalatenschap dan volledig naar vader en de broers worden geacht nooit erfgenaam te zijn geweest. Vader wordt, bij een verwerping door de broers, ook volledig eigenaar van de ev. onroerende goederen van de nalatenschap. De broers zijn dan ontslagen van alle verplichtingen tegenover de fiscus en enkel vader moet een aangifte indienen.
Indien de broers niet verwerpen en pas nadien de nalatenschap gaan verdelen dan hebben de erfgenamen daarin alle vrijheid. De broers kunnen alles aan vader toebedelen. Indien de erfenis onroerende goederen bevat zal een verdeling moeten gebeuren via notari?le akte, waarop registratierechten (delingsrecht van 1%) verschuldigd zijn. Zijn er uitsluitend roerende goederen aanwezig dan volstaat een onderlinge overeenkomst, al dan niet schriftelijk vastgelegd. In deze situatie zijn de broers dan wel erfgenaam van hun zus, met alle fiscale gevolgen eraan verbonden. Alle broers moeten, samen met vader, de aangifte indienen en ondertekenen, later kan in hun hoofde ev. artikel 108 W.S. worden toegepast enz. Lees in dit verband ook mijn antwoord op volgende link:
http://www.erfenisrechten.be/forum/read.php?2,90.
Chris