Hallo
Mijn zaak in hoger beroep werd na lang beraad (8 maanden!) onontvankelijk verklaard door de schending van art. 1057 -2° Ger. W.
Bij het opstellen van de beroepsakte werd door mijn advocaat als adres het adres opgegeven waar ik zes jaar met mijn partner en kinderen heb gewoond maar waar ik door de willekeur van een vrederechter gedwongen was te vertrekken(hij had namelijk geen enkele wettelijke basis om mij de toegang tot mijn woning te ontzeggen). Een week nadat ik de woning had verlaten werd hoger beroep aangetekend en werd door mijn raadsman over het hoofd gezien dat ik dan niet meer op het bewuste adres verbleef (ik was er wel nog gedomicilieerd). Op deze wijze gaat een liegende en vooringenomen rechter vrijuit en is mijn strijd naar rechtvaardigheid een tijdrovende nuloperatie gebleken. Volgens mijn raadsman is er tegen dit vonnis geen beroep meer mogelijk. Kan iemand dit bevestigen en mij eventueel ook vertellen hoe je kan aanvaarden dat een rechter blijkbaar voor de lol je leven om zeep helpt?