Indien u aan uw schuldeiser zou meedelen dat u het ontleende hebt teruggebracht erkent u meteen dat u de goederen in kwestie hebt ontleend.
Ik zou de betreffende aanmaning wel protesteren, maar dan veel algemener.
Bijvoorbeeld :
Uw schrijven d.d. xx/xx/xx heb ik in goede orde ontvangen.
De inhoud van uw voormeld schrijven wordt stelligste betwist.
Teneinde mij toe te laten de vordering van uw opdrachtgeefster na te zien, zou ik u dank weten mij een kopie van haar stavingsstukken te laten geworden.
Ik verzoek u dan ook mij per kerende een kopie te laten geworden van de zogeaamde overeenkomst die zou bestaan tussen uw opdrachtgeefster en mezelf. Tevens dien ik te beschikken over de verkoopsvoorwaarden van uw opdrachtgeefster.
Hic et nunc, en in het onmogelijke geval dat uw mandante het bewijs van de (niet-bestaande) overeenkomst zou kunnen leveren, dan maakt dit de vordering van uw mandante - minstens cijfermatig - niet minder ongegrond.
Een goede vriend van mij werkt al een 10-tal jaren in een videotheek, en ik moet zeggen dat het niet tijdig terugbrengen van een film een plaag is.
Nu is het wel zo dat de normale gang van zaken hetvolgende is, en U hierbij zal moeten vaststellen dat de de meeste videotheken in tegenstelling met deze, wel degelijk een bewijs van ontvangst van de video heeft.
Bij ontvangst van de video tekent de klant voor ontvangst, en hij tekent ook de verkoopsvoorwaarden, waarnaar verwezen word op het ondertekende document en die meestal op de achterkant duidelijk vermeld zijn.
Ook word er na een 7-tal dagen een herinnering getsuurd . Hoe deze videotheek tewerk gaat is mij een raadsel en ik kan dus niet begrijpen dat zij eventueel zo nalatig zijn geweest de huurder in kwestie niet voor ontvangst te laten aftekenen (in dubbel opgemaakt). Wat meestal ook op het document staat is dat de klant bij afgifte er toe gehouden is zijn document voor ontvangst terug te laten aftekenen bij het terugbrengen van de video.