Uit ?vriend heeft het kind niet erkent? leid ik af dat hij veroordeeld is met toepassing van ?Art.336.Het kind wiens afstamming van vaderszijde niet vaststaat, kan van degene die gedurende het wettelijk tijdvak van de verwekking met zijn moeder gemeenschap heeft gehad, een uitkering tot levensonderhoud, opvoeding en passende opleiding vorderen.Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting tot na de meerderjarigheid van het kind.?(B.W.=Burgerlijk Wetboek).
?De in de art.203 en 303 vermelde verbintenissen ten behoeve van de kinderen bestaan echter afgezien van elke vordering die ingesteld wordt ten einde de uitvoering ervan te krijgen?(Cass. 2 juni 1978,Pas. 1978,I,1142,Arr.Cass. 1978,1173,R.W. 1978-79,904;Cass. 6 februari 1986,J.T. 1987,464).
Onderhoudsgeld voor een kind kan dus met terugwerkende kracht gevorderd worden.Waarschijnlijk geeft het vonnis de begindatum van de onderhoudsverplichting aan.Onderzoek dus zorgvuldig dit vonnis.
?Art.2277.Termijnen van...uitkeringen tot levensonderhoud...Verjaren door verloop van vijf jaren.?(B.W.).
Bij wanbetaling kan ook uitvoerend beslag gelegd worden op onroerende goederen(huis),en kan daartoe de uit onverdeeldheidtreding bevolen worden.
Ga volledigheidshalve naar (geconsolideerde wetgeving) in
http://just.fgov.be .Klik in de balk achter ?Juridische aard? op het omgekeerd driehoekje uiterst rechts en zoek daar de nodige WetBOEKEN.